Insteken op het creatieve proces in plaats van het eindwerkje

Of te wel: als Als ieder kind dezelfde kip moet knutselen, kan geen kind z’n ei kwijt!’

Door: Wieteke Hassing, Artisjok en Olijfje

ei kwijt

Laatst was ik bij een gerenommeerd Brabants museum voor een creatieve workshop voor kinderen van 3 t/m 7 jaar. We gingen experimenteren met klei aan de hand van het werk van Guido Geelen. Tussendoor een museumbezoekje. De educatieve juffrouw kwam en riep: maak een dier en ga maar lekker los! Mijn dochter van drie staarde vervolgens vertwijfeld naar haar grijze stukje Das-klei. Aan tafel ontstond een gesprek. De ene kleuter vroeg de andere: “Mag je ook iets anders maken, dan een dier?”.  Waarop volgde: “Nee joh, de juf zei toch dat we een dier moesten maken?!”. En dat was dat.  Er was ook een kindje dat niet wist hoe dat moest: een dier kleien. Ze wilde graag een hond. Waarop de educatieve juf kwam, de klei ter hand nam, nog wel even vroeg of de hond hangende of rechte oren moest hebben en voila, de hond was daar. Alle kindjes lieten aan het einde trots hun dier aan papa en mama zien. Honden met rechte oren, honden met hangende oren en allerlei variaties.

Op de fiets op weg  naar huis kwamen de beelden van onze eigen ateliers bij me naar boven. Peuters en kleuters die eindeloos en met hun hele lijf experimenteren en ontdekken met verf of scheerschuim of schilderstape of ander materiaal (en niet met alles tegelijkertijd aanrommelen), waarbij ze hun eigen vorm en thema verkennen. Een eindwerkje is in geen velden of wegen te bekennen, of toevallig tot stand gekomen. Maar wat blijft is een kind dat de eigen expressie heeft mogen ervaren.

Beide ervaringen gingen door me heen tijdens de derde bijeenkomst van de training. We zaten toen als cultuuraanbieders aan tafel met verschillende icc-ers. Dit leverde boeiende gesprekken op. Ze deden mij inzien dat scholen niet nieuwe mondriaantjes of mozartjes willen afleveren, maar jonge mensen die zichzelf de vraag kunnen stellen: wie ben ik? En die met een open blik naar de wereld kunnen kijken. Het knutselen van hetzelfde zwarte pietje of paaskipje beantwoordt daar niet aan. Het moet gaan over het creatief proces. Hoe dat er dan precies uitziet, is een zoektocht die we als aanbieders samen mogen gaan maken met de vragers. Het zal cultuureducatie in elk geval doen uitstijgen boven de hond met de hangende of rechte oren.

Advertenties

Met mijn vuist op tafel

Mijn hakken gaan onmiddellijk in het zand. In de Meervaart word ik, en met mij alle andere ca. 800 deelnemers  aan ‘De Dag van de Cultuureducatie’ (georganiseerd door het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst) , door twee wel heel enthousiaste dames gevraagd te gaan staan. Ik vrees meteen het ergste. Laten we in godsnaam niet gezellig samen iets doen! En jawel: we gaan ‘gezellig’ met z’n allen…zingen!

In nog geen vijf minuten tijd weten de dames, overigens zonder enige introductie, van de in no time in vijf groepen verdeelde zaal een leuk samenh(z)angend geheel te maken. Ben ik de enige hier die er recalcitrant van word? Ben ik de enige wiens vezels zich en masse verzetten tegen deze geforceerde groepsactiviteit? Is dit niet juist waar creativiteitsontwikkeling, het thema van deze dag, juist niet over gaat? Over snel even een leuk eindresultaat boeken? Zonder enige context of verbinding?

Ik voel me op geen enkele manier aangespoord om mee te doen. En dus blijf ik verwonderd om me heen kijken, zonder enige noot te produceren. Ik verbaas me over iedereen die zo op het eerste oor en oog wél gezellig meedoet. Doen ze dat uit beleefdheid? Zijn ze op deze vroege morgen echt al zo razendsnel aangestoken door het enthousiasme van de dames? Het is me een groot raadsel.

Stel: dit is een klas en ik ben een leerling. Zou de juf dan nu zeggen: Nancy, doe niet zo flauw? Of ‘Waarom doe je niet gewoon gezellig mee zoals de rest van de klas?’ Ik voel me alleen en onbegrepen. Ik vraag het me allemaal af terwijl het liedje tot een einde komt en iedereen klapt: ‘Een applausje voor jezelf!’’

Ik overweeg serieus om de rest van deze dag gezellig aan me voorbij te laten gaan. Want als dit de toon is, dan kan ik mijn tijd echt beter besteden. Maar gelukkig begint professor Barend van Heusden (“…opgroeien is een creatief proces…”) net op tijd zijn interessante betoog. Eindelijk: dit is waarom ik al weken geleden een groot kruis in mijn agenda heb gestift, de wekker veel te vroeg heb gezet en waarvoor ik me dankzij de file van Tilburg tot aan Amsterdam haastte om alsnog op tijd te arriveren. Dit is waarom ik voor dag en dauw mijn hond bij mijn ouders heb gedropt (want het zou weleens een latertje kunnen worden) en ik zojuist de koffiejuffrouw bereid vond om mijn XL autokoffiebeker tot de rand  toe te vullen met wakker zwart. Kortom: kom nu dan maar eindelijk op met al die informatie en inspiratie over creativiteitsontwikkeling. Ik zit inmiddels weer op het puntje van mijn stoel.

Niet veel later betreedt nogmaals een paar enthousiastelingen het podium met als doel de zaal wederom in 5 minuten tijd ‘op z’n kop’ te zetten. Vraag me niet wat er precies gebeurde. Ik weet het echt niet meer. Ze waren me vrij snel kwijt. (En zo gaat dat ook met kinderen vermoed ik.)

De boeiende lezing van Jeroen Lutters (“…zonder fantasie kan de mens alleen maar reproduceren…”) geeft mij alsnog hoop voor het verdere verloop van de dag. Vervolgens neem ik plaats bij de deelsessies waarvoor ik me heb opgegeven. De eerste is een uitleg van een kunstzinnige methode, de tweede sessie is mij nu nog steeds niet duidelijk wat precies het doel ervan was. Wel krijgen we al snel een folder over culturele competenties waarin de receptieve, creërende, reflecterende en onderzoekende vermogens worden geduid, met daaronder overzichtelijke checklists van de bijbehorende gedragsindicatoren.

De laatste keynote van de dag en de afsluitende borrel laat ik aan me voorbij gaan. In de auto onderweg naar huis heb ik meer dan genoeg tijd om mijn opgehoopte weerstand te duiden; er had zich immers meerdere keren even een rilling van mij meester gemaakt. Ik had zo graag passie, bevlogenheid en creativiteit willen voelen, zowel in vorm als in inhoud. Inspirerende ervaringen uit de praktijk naast de informatieve checklists. Kriebels in mijn buik in plaats van koude rillingen!

Die kriebels krijg ik bijvoorbeeld als ik denk aan hoe mijn creativiteit me iedere dag opnieuw helpt bij het vinden van oplossingen voor allerlei huis,- tuin- en keukenvraagstukken. Maar ook voor uitdagingen van levensbelang. Op een aantal cruciale momenten in mijn leven ging ik buiten de lijntjes kleuren. En dat gaf me toch ineens veel nieuwe mogelijkheden! Ik was als een kind zo blij. “Je zou dus kunnen zeggen dat ik een zeer dankbare ervaringsdeskundige ben”, bedacht ik me.

Ineens verschijnt er een grote glimlach op mijn gezicht: de Dag van de Cultuureducatie heeft ervoor gezorgd dat ik nog beter weet wat mijn missie is! Meer dan ooit is het me kraakhelder waarom ik doe wat ik doe: ik wil mijn passie, bevlogenheid, ervaringen en creativiteit delen met leerlingen en leraren! Hun laten ervaren hoe bevrijdend het kan zijn om buiten de lijntjes te kleuren!

buiten de lijntjes

In mijn gedachte sla ik met mijn vuist op tafel. Ik had deze dag voor geen goud willen missen.

Door: Nancy Swaanen

Docenten in Finland

pic 2

Inmiddels kennen we Finland als een land waar onderwijs van zeer goede kwaliteit is. In de Volkskrant van zaterdag 9 november wordt een Finse leerkracht geïnterviewd, die inmiddels in Nederland woont. Een klein stukje uit het interview over haar lerarenopleiding:

“Van de ongeveer duizend aanmeldingen per jaar worden tachtig studenten aangenomen. Om in Finland op zo’n opleiding terecht te komen, moet je niet alleen bijzonder hoge cijfers hebben op het lyceum, vergelijkbaar met het Nederlandse vwo, je moet ook aantonen dat je cultureel ontwikkeld bent. Ik moest al mijn diploma’s van dansles en pianoles laten zien. Als je die niet hebt, kom je er niet in.” (Hanna Noomen, Finse lerares. Volkskrant, 9 november 2013.)

Vooral die laatste twee zinnen vond ik opvallend. De hoge kwaliteit van het Finse onderwijs wordt dus deels gerealiseerd doordat docenten een brede culturele achtergrond hebben. Dit zegt natuurlijk niks over de situatie in Nederland. In Nederland is die eis er niet. Wel wordt er, gelukkig, in de lerarenopleiding aandacht besteed aan vakken als muziek en beeldende vorming. In de praktijk zal het echter toch wel zo zijn dat een groot deel van de docenten niet of nauwelijks cultureel gevormd is. Ook dat hoeft niets te zeggen over het enthousiasme waarmee ze dit op hun leerlingen overbrengen, maar een zekere innerlijke passie of drijfveer is er niet altijd. Het niveau van cultuureducatie binnen het basisonderwijs is dan ook divers.

Zoals we in de tweede bijeenkomst van de cursus Partners in Cultuureducatie hebben gezien, is het voor ons als culturele aanbieders belangrijk om goed aan te sluiten bij dat wat er in de klas al gebeurt aan kunst en cultuur. Dat bepaalt immers hoe het aanbod in het curriculum past. Maar dit is niet makkelijk, want naast een heleboel andere factoren moeten we dus ook rekening houden met grote verschillen tussen docenten. Een kwestie van maatwerk… maar wat een leuke uitdaging!

Door: Meike Boertjes

21st Century Skills in het onderwijs

pic
Door: Robbert Storm
Een praktijkvoorbeeld van 21st century skills in het onderwijs.
Ik dacht ik geef wel even een voorbeeld van een docent die we afgelopen jaar tegen zijn gekomen die succesvol technologie, cultuur en onderwijs samen heeft gebracht. Dat viel een beetje tegen.Wij komen op zo’n 40 verschillende scholen per jaar en er zijn er eigenlijk maar een of twee docenten die ons hebben verrast met een goed project.
Pim Staals uit Valkenswaard is er een van. Hij maakt met zijn groep 8 een online krant.
De kinderen uit zijn klas zoeken wekelijks naar actueel nieuws en publiceren dat op een website.Enkele leerlingen schrijven, andere filmen, regisseren en monteren filmpjes.
Voor het maken van De Pionier Koerier maken de leerlingen gebruik van de greenscreen-techniek. Het groene scherm wordt dan digitaal vervangen door een ander beeld, waardoor de illusie wordt gewekt dat de leerling op locatie verslag doet. Pim merkt dat zowel de aandacht van de leerlingen tijdens de les sterk verbetert. De combinatie van onderzoeken, presenteren, maken en schrijven resulteert zelfs in betere prestaties in de les. Hoofdzakelijk is de Pionier Koerier opgehangen aan taal, de gebruikelijke spreekbeurt en het werkstuk zijn vervangen door de online krant. Onder andere hierdoor heeft Pim ruimte gevonden om het in het dagelijks programma te passen.
Het komt niet zo vaak voor dat een docent uit zichzelf zo’n project opzet en uitvoert. Helemaal geweldig natuurlijk maar ik denk wel dat door samen te werken met de partners in cultuureducatie dit soort vakoverstijgende programma’s nog behoorlijk verbeterd kunnen worden.
Daar ligt een mooie taak voor ons allemaal lijkt me!
Bekijk hier de krant, helemaal gemaakt door groep 8 dus;
Hier nog meer info over dit project:

Pratende blaadjes!

Image

Zoekend op google naar inspiratie voor een blog kwam ik een collumn tegen van Liesbeth Kleuver, cultuurcoördinator en vakleerkracht beeldende vorming groep 2 t/m 8.

Haar collumn begint met een gesprek op het schoolplein met Daniel, een leerling uit groep twee.

‘Kijk eens, juf’, zei hij. Er lag een prachtig gekleurd blaadje in zijn hand. ‘Wat een mooi blaadje’, reageerde  Liesbeth. Daniël knikt, ‘het is een geluksblaadje’. Hij wees naar één van de bomen rondom het schoolplein, vol met rood, geel en oranje vlammende bladeren.

‘Niet alle blaadjes brengen geluk’, vertelde Daniël verder. Dit blaadje was heel bijzonder, dit blaadje kan praten. Hij liet Liesbeth een vraag stellen aan het blaadje. ‘Hoe kom jij aan al die mooie kleuren’? ..vroeg zei aan het blaadje. Het blaadje gaf met een piepstemmetje antwoord, ‘die heb ik van de herfst gekregen’.

Een paar dagen later is het herfstvakantie en kan Liesbeth “full-time”achter de computer haar studiemiddag over cultuureducatie voorbereiden. Haar prioriteit ligt bij buitenspeelmateriaal, de kinderen moeten tenslotte iets te doen hebben op het schoolplein.

De pratende blaadjes met hun prachtige kleuren zijn snel vergeten.

Terug op school ligt het schoolplein intussen bezaaid met prachtig gekleurde “pratende” blaadjes, die de kinderen knisperend en krakend oproepen tot “vet-coole” bladergevechten die helaas verboden zijn. Met vieze handen van het zand en vol blauwebesvlekken komen de kinderen terug in de klas.

Al mopperend laat Liesbeth de kinderen hun handen wassen en geeft  zij de conciërge de opdracht de bladeren direct van het schoolplein te verwijderen.

Opgeruimd staat netjes!

Later in de klas als de kinderen achter een hagelwit karton zitten om een reliëf te maken vraagt één van de leerlingen, ‘Juf, kunnen we niet iets met bladeren maken’?

Nee dus; dag blaadjes, dag gratis buitenspeelmateriaal, dag creatieve prikkel!

In het cultuurbeleidsplan van Liesbeth zijn na dit voorval wat aanpassingen aangebracht.

Leerkrachten, leerlingen…wie moet wie nu eigenlijk iets over creativiteit leren?

Griekse aardappelen en cultuureducatie

griekse aardappelen

Een paar weken geleden zond VPRO’s Tegenlicht een documentaire uit die alleen al om de titel interessant was: Het antwoord op de crisis komt uit Griekenland. Dat had niemand verwacht. Terwijl wij denken dat het in Griekenland allemaal kommer en kwel is, blijkt daar opeens de oplossing voor de crisis gevonden te zijn. Een treffend voorbeeld werd gegeven aan  de hand van de aardappelhandel. Aardappelen kosten daar in de supermarkt ongeveer € 1.60. Een bedrag dat tot stand komt doordat de partners in de keten die de aardappelen van de boer naar de supermarkt brengen er allemaal iets aan moeten verdienen. Toen niemand dat bedrag meer kon opbrengen, stokte de keten en bleef de boer met zijn aardappelen zitten. Het enige dat hij kon doen was zijn producten weggooien. De boer zat zonder inkomen totdat iemand aan hem voorstelde: ‘Kun je die aardappelen niet bij ons op het marktplein weggooien, dan betalen we je daar € 0.50 per kilo voor. De aardappelen zijn ondertussen niet aan te slepen, de boer heeft een beter inkomen dan voorheen en de consumenten goedkoper aardappelen dan ooit tevoren. De documentaire zit vol met dit soort voorbeelden. En wie er oog voor heeft, ziet overal om ons heen dergelijke initiatieven ontstaan, ook bij ons in de omgeving.

Laten we dat eens toepassen op cultuureducatie. We stellen ons een cirkel voor van allerlei partners die op een of andere manier, om een of andere reden actief zijn op dat gebied. De een ziet in cultuureducatie een kans om nieuwe leden voor de vereniging te werven. De ander wil zijn kennis overdragen op kinderen. Weer een ander heeft als belangrijkste drijfveer om cultuur in te zetten om de wereld wat beter te maken. En weer een ander wil vanaf de cirkel bijdragen aan sociale cohesie. Als alle partners op de cirkel hun eigen drijfveer naar voren halen, wordt dat een heel contraproductief geheel.

Maar stel je eens voor dat ze nu eens niet de nadruk leggen op de onderlinge verschillen, maar op de overeenkomsten. Al deze partners staan ook op de cirkel omdat ze hun bijdrage belangrijk vinden voor de ontwikkeling van kinderen. Het gaat immers om cultuureducatie. Stel je voor dat het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen als gezamenlijk verhaal in het midden van de cirkel zou liggen. Dan is het juist een voordeel dat er veel verschillende partners bijdragen willen leveren. Dat er een breed aanbod is, een diversiteit van mogelijkheden. Ontwikkeling komt niet tot stand in een eenvormige context. Ontwikkeling gedijt het beste in een zo veelvormig mogelijke omgeving. Opeens blijken dan die onderlinge verschillen een meerwaarde te hebben. Partners in cultuureducatie krijgt dan een hele ander betekenis.

Dat we dat nu uit Griekenland moeten leren.

(De documentaire Het antwoord op de crisis komt uit Griekenland is te zien op de volgende link:

http://tegenlicht.vpro.nl/afleveringen/2013-2014/griekenland.html

Partners in Cultuureducatie

In de komende jaren wordt het programma Cultuureducatie met Kwaliteit uitgevoerd in Nederland. Een landelijk programma gericht op het verbeteren van de kwaliteit van cultuureducatie in het basisonderwijs. In Noord-Brabant krijgt deze kwaliteitsslag vorm door De Cultuur Loper. Een van de doelen van De Cultuur Loper is om scholen en culturele aanbieders een duurzame samenwerking aan te laten gaan. Het ontwikkelen van een gezamenlijke ‘taal’ is daarvoor belangrijk. De cursus Partners in Cultuureducatie is gericht op het ontwikkelen van zo’n gemeenschappelijke taal voor het onderwijs en lokale cultuuraanbieders.

partnersincultuureducatie13.png

Kinderen komen op allerlei manieren in aanraking met cultuur. In de eerste plaats de cultuur in hun eigen leefomgeving. De harmonie, de heemkundekring, het gilde, kunstenaars, erfgoedinstellingen, musea, kunstdocenten. Allen voorbeelden van cultuuraanbieders of potentiële aanbieders die actief zijn in de omgeving waar kinderen opgroeien. Het ligt dan ook voor de hand om de ‘cultuur dicht bij huis’ een plaats te geven bij de invulling van cultuureducatie op school. Hoe vanzelfsprekend dat op het eerste gezicht ook lijkt, in de praktijk blijkt dat vaak veel lastiger dan gedacht. Scholen en culturele aanbieders hebben zo hun eigen belangen en overwegingen om met cultuur bezig te zijn, het gesprek met elkaar is niet vanzelfsprekend, het gaat om verschillende referentiekaders.

In de cursus Partners in Cultuur gaan we aan de slag om gezamenlijke doelen te benoemen en te kijken hoe we de verschillende perspectieven van aanbieders en scholen op elkaar af kunnen stemmen.

De cursus bestaat uit vier bijeenkomsten.

  1. De eerste bijeenkomst staat in het teken van de eigen drijfveren om met cultuur bezig te zijn. We zoeken een antwoord op de vraag: Waarom doe ik dit? En; Waarom vind ik dit belangrijk?
  2. In de tweede bijeenkomst staat centraal wat scholen op dit moment bezighoudt en hoe cultuur daar een rol in speelt. Als we onze eigen drijfveren in kaart hebben gebracht en als we een beeld hebben van de taken van de school, gaan we vervolgens op zoek naar overeenkomsten in beide ‘werelden’.
  3. Tijdens de derde bijeenkomst gaan we in gesprek met leerkrachten van scholen en gaan we op zoek waar aanbieders en scholen elkaar kunnen aanvullen. Wat kan ik betekenen voor een school? En wat betekent het voor mij om actief te zijn of worden voor scholen?
  4. Tijdens de vierde bijeenkomst worden concrete plannen en mogelijkheden ontworpen die in de praktijk kunnen worden uitgevoerd.

KUNSTBALIE_logo_RGB_oranje_blauw_72dpi     erfgoed1 de cultuur loper

Projectplan Thuis in Someren

Deelnemers aan tafel

Louis van de Bosch (Heemkundekring De Vonder)

Leon van de Moosdijk (Harmonie Somerens Lust)

Lieke de Lau (Harmonie Somerens Lust)

Franka van Deursen (glasatelier Loflet)

Gezamenlijk perspectief/verhaal

„Thuis in Someren”.

Om je thuis te voelen in je eigen omgeving is het belangrijk dat je kennis hebt van de omgeving waar je woont. Dat je je betrokken voelt op de andere mensen die in je omgeving wonen. Een derde facet dat in het project wordt verwerkt heeft betrekking op vakmanschap: waarom zien de dingen er uit zoals ze er uit zien?

 

 

Beschrijving projectidee

1          Rondleiding/wandeling

Kennismaken met je eigen omgeving door die omgeving door een andere bril te bekijken. Een rondwandeling/rondleiding onder leiding van een gids van de heemkundevereniging die je met ander ogen naar je eigen omgeving laat kijken.

 

2          Onderzoeksvragen

N.a.v. de rondwandeling worden drie onderzoeksvragen gesteld aan de hand van een object. De onderzoeksvragen worden gesteld vanuit drie „disciplines”:

–    Historie: een onbekend object. Wat is dit? Waar wordt/werd dit voor gebruikt?

–    Muziek: een pet van een harmonie uniform. Wat moet je doen om zo’n pet te mogen dragen?

–    Vakmanschap: stukken gekleurd glas: wat zou je hier van kunnen maken?

 

3          Op onderzoek

Groepen kinderen krijgen een onderzoeksvraag of kiezen er een. Ze gaan d.m.v. interviews, reportages, artikelen schrijven, publiceren, drama, beeldend werken, presenteren aan het werk om een antwoord te formuleren op de gestelde onderzoeksvragen. Daarbij worden leden van de harmonie, heemkundevereniging, glasatelier ingezet om samen met de kinderen op zoek te gaan naar mogelijk antwoorden

4          Presenteren

De uitkomsten van de onderzoeken van de kinderen worden vormgegeven. De resultaten worden verwerkt in een tentoonstelling of presentatie op school.

Of kunnen de input leveren voor een script voor een musical die dan daarna samen met de harmonie wordt uitgewerkt, ingestudeerd en uitgevoerd.

 

Wat wordt er van leerkrachten gevraagd?

Ondersteunende rol, organisatie van het project en regie over het geheel

 

Wat is de rol van de cultuuraanbieders?

Inzet van expertise, initiatief voor de activiteit, uitvoering van onderdelen van het project.

 

Projectplan De Peel

 

Deelnemers aan tafel

Ad (peelhistoricus)

Frans  van de Pas (verteller/theatermaker)

Christa Alaert (beeldend kunstenaar)

Ine van de Ven (Cultuurcoördinator)

 

Gezamenlijk perspectief/verhaal

Ontdekken en beleven van de Peel in al haar facetten.

Een activiteit gedurende en dag.

 

Beschrijving projectidee

Een verhalenverteller vertelt aan de hand van attributen van een turfsteker, wat leven in de Peel in vroeger dagen betekende. Het verhaal vormt de aanleiding om met een knapzak op onderzoek te gaan in de Peel. Op hun zoektocht worden de kinderen geconfronteerd met allerlei facetten van het leven vroeger in de Peel: cultureel erfgoed, natuurhistorie, geologie en het leven en werken van de mensen in de Peel.In een tweede deel van de activiteit doen kinderen onderzoek naar hun eigen beleving bij de Peel en geven die beleving vorm.

 

Wat wordt er van leerkrachten gevraagd?

Een actieve en betrokken houding in alle opzichten

 

Wat is de rol van de cultuuraanbieders?

Voorbereiden, ontwikkelen, uitvoeren en coachen van de diverse activiteiten

Projectplan Duurzaamheid

Deelnemers aan tafel

Mi-Miek/Lisette Leenders en Silvia Driessen

Rob van der Veeke (regisseur, theatermaker)

Elfry van der Weerden (beeldend kunstenaar)

Klok en Peelmuseum/Irma Acket en Jessie Burgmans

 

Gezamenlijk perspectief/verhaal

Duurzaamheid.

Kinderen kennis en inzicht geven in het begrip duurzaamheid en een eigen mening over dit onderwerp leren vormen. Kritisch leren denken, verder kijken dan je neus lang is. Kinderen betrekken vanuit hun eigen beleving en betrokkenheid

Beschrijving projectidee

Het project begint met een trigger in de vorm van een toneelstuk waarin het perspectief wordt verplaatst naar 2050. Er is dan veel ellende. Wat is er aan de hand? en Hoe is dit zo gekomen?, zijn de reflectievragen die n.a.v. dat stuk worden gesteld.

Voor de leerkracht wordt een lesbrief ontwikkeld waarin aanwijzingen worden gegeven voor lessen over energie, biodiversiteit en andere onderwerpen die met duurzaamheid samenhangen.

Aan deze lesbrief worden een aantal culturele activiteiten gekoppeld:

–    Een museumbezoek aan het Klok en Peelmuseum. Duurzaamheid is daar een van de belangrijke onderwerpen. Kinderen gaan daar aan de slag met onderzoekjes over biodiversiteit, water en energie. En maken een afvallampje.

–    Aansluitend wordt op de eigen school een onderzoekje ingericht om na te gaan hoe duurzaam de eigen school is.

–    Op school wordt een afvalcontainer bezorgd. Daaraan wordt een creatieve activiteit gekoppeld: „Creatief met afval”. Onder begeleiding van een aantal beeldend kunstenaars gaan kinderen aan de slag om van afval nieuwe (bewegende) objecten te maken.

–    Er wordt een presentie gegeven van de gemaakte werkstukken en onderzoekjes voor de ouders

–    Er wordt in het museum een tentoonstelling ingericht van het werk van de kinderen. De tentoonstelling wordt aangevuld met filmpjes van het werkproces.

 

Wat wordt er van leerkrachten gevraagd?

Begeleiding, onderwerpen voorbereiden, lesbrieven uitvoeren in de klas en het regelen van ouderbegeleiding bij de bezoeken en activiteiten.

 

Wat is de rol van de cultuuraanbieders?

Ontwikkelen van de activiteiten waarbij de diverse aanbieders in het proces verantwoordelijk zijn voor onderdelen van het project. Mi-Miek verzorgt het toneelstuk bij de start en de presentaties. Klok en Peelmuseum verzorgt het museumbezoek en de slottentoonstelling. Rob van der Veeke en Elfry van der Weerden verzorgen de activiteit Creatief met Afval.

De leerkracht als inspirator voor leerlingen

Marbles-2-Roosegaarde (1) veel kleiner

De inspirerende quote van Einstein “Logica brengt je van A naar B. Verbeelding brengt je overal” werd naar voren gebracht door mede cursist Cecil Kemperik. Einstein ken ik alleen als de belangrijke wetenschapper met zijn gekke haren. Maar wat hij nou eigenlijk heeft betekend voor de wetenschap kan ik als dertiger niet navertellen. Dit kan iets te maken hebben met mijn algemene ontwikkeling of interesses. Op wikipedia fris ik mijn geheugen wat op. Waarom weet ik wel dat hij van die gekke haren heeft? Is dit eigenlijk wel waar? Op google afbeeldingen zie ik dat zijn kapsel meestal niet zo wild zat als ik me herinner. Ik ben een beelddenker concludeer ik. Ik onthoud iets als het mij visueel heeft geprikkeld. Naast dat ik Einstein ken omdat hij beroemd is, weet ik hoe hij er uit ziet omdat hij als een ‘gekke wetenschapper’ met een wild kapsel is neergezet. Wat een cliché eigenlijk. Toch heeft het bij mij gewerkt om hem te onthouden. Wat hij inhoudelijk voor onze samenleving heeft betekend weet ik niet. Toch best raar dat ik dit niet weet.

In de cursus ‘Partners in Cultuureducatie’ (december 2013-januari 2014) werd ons een fragment getoond van rapper Ali B die vertelt over zijn juf Mirjam. Ze was maar één keer bij hem in de klas geweest en heeft zijn verborgen talent geopenbaard. Ali B bleek goed in rappen, juf Mirjam was Ali B’s inspirator.

Einstein is ook vast een inspirator voor mensen. Misschien wel het meest voor de mensen waar hij direct mee heeft gewerkt. Ik geloof dat inspireren op heel veel verschillende manieren kan, door een film, een boek of gewoon iets op straat. In de cursus moesten wij nadenken over ons ‘eigen juf Mirjam moment’. Mijn vroegste herinnering was in groep 5, ik was 8. Toen ik verder na ging denken kon ik nog wel minstens vijf personen bedenken die ik had ontmoet en mij in m’n verdere leven hebben geïnspireerd. Deze mensen waren ook echt bepalend voor de keuzes die ik heb gemaakt. De inspiratie die ik opdeed in boeken, films en op straat waren minder bepalend. Dan zou je kunnen denken dat ontmoetingen met mensen bepalender zijn dan al die lesstof die je op school krijgt.

De meeste mensen die ik spreek over hun middelbare schooltijd zeggen dat de docent die het vak gaf voor groot deel bepaalde of het vak leuk was of niet.

Hoe zit dit dan met de basisschool? Dan heb je één of twee vaste leerkrachten voor een heel schooljaar die alle vakken geven. Ik kan me niet herinneren dat ik – op die ene stagiaire die met ons sokpoppen ging maken in groep 5 – geïnspireerd ben geraakt door mijn leerkrachten op de basisschool. Ik weet de namen van de leerkrachten nog net. Maar wat waren hun drijfveren? Ik weet het alleen van de docent van groep 8: meneer Boesjes, die hield van voetbal. We hadden met kwartjes gewed wat de eindstand van een voetbalwedstrijd zou worden, wie het goed had voorspeld won alle kwartjes. Verder was het een in zichzelf gekeerde norse man, die rookte als we naar een verderop gelegen gymzaal liepen. Niet echt inspirerend. Waarom liet meneer Krooshof , mijn leraar in groep 6 en 7, niet wat meer van zichzelf zien? Hij had toch vast wel hobby’s en interesses. Waarom deelden de leerkrachten hun interesses van buiten school nauwelijks met ons, die hadden ze toch wel?

Tijdens onze laatste cursusavond vormde ik samen met Ilona van den Koedijk, Steven van Groeningen, Cecil Kemperink en Gerry Roche een groepje. We moesten samen een voorstel doen voor een educatieve activiteit gericht op het basisonderwijs. Met alle input van de drie voorgaande cursusavonden in ons achterhoofd vonden we dat leerkrachten in het basisonderwijs een inspirator voor leerlingen moeten zijn. Maar hoe kan een leerkracht inspirator zijn? We moeten hem en haar (opnieuw) inspireren was ons antwoord.  Al brainstormend zochten we een inspirerende vakoverstijgende kunstenaar. Leonardo da Vinci vonden we te voor de hand liggend en ook niet actueel genoeg. Na een korte toiletbreak schoot ineens Daan Roosegaarde door m’n hoofd. In de eerste cursus sprak ik met Ilona van den Koedijk al over hem. Cecil werd ook enthousiast over het idee om Daan Roosegaarde als inspirator voor het basisonderwijs in te zetten.  Steven moest hem eerst nog even googlen maar werd ook enthousiast van ons enthousiasme. Het plan werd steeds wilder, skypen met Daan, medewerkers/stagiair(s) van studio Roosegaarde voor de klas etc.

Op weg naar huis vond ik nog steeds dat ons groepje een wereld idee had bedacht. De volgende ochtend heb ik de stoute schoenen aangetrokken en heb ik Daan Roosegaarde gemaild. Het is een oud jaargenoot van de AKI dus ik dacht dat moet kunnen. ’s Avonds had ik een zeer vriendelijke mail terug van Jamaica den Heijer, Business Development Studio Roosegaarde. Hij schreef dat hij bedankte voor de enthousiaste mail en dat Daan de komende maanden compleet volgeboekt zit. Hij stuurde een aantal afbeeldingen mee die wellicht voor het onderwijs interessant zouden kunnen zijn om kinderen creatiever te laten denken en te laten kennis maken met mogelijkheden. Dus Ilona, Cecil, Steven en Gerry hebben jullie tijd om het idee verder te ontwikkelen? Daan kan helaas (nog) niet. Hij is denk ik wel de Einstein van deze tijd.

Karin Schipper, 23 januari 2014

 

 

 

 

 

 

 

Locaties

Inschrijvingen voor de cursus Partners in Cultuur

Data:                  Locatie:

21-1-2014         Museum Klok en Peel,     Ostaderstraat 23,     5721 WC    Asten

28-1-2014        SBO DE Brigantijn,            Kanaalstraat 38,        5711 EJ     Someren

4-2-2014          OBS DE Ranonkel,              Dommel 20,               5711 KT    Someren

11-2-2014         Heemkamer  de Vonder,  Molenstraat 10,        5711 EW  Someren

Tijd:                    18:30 -21:30 uur

cultuurplein DCL

Cultuur- en erfgoededucatie

Schermafbeelding 2013-12-17 om 17.06.15

Educatie bij culturele en erfgoed instellingen is noodzakelijk voor het basisonderwijs. Hierdoor kunnen kinderen zich beter ontwikkelen voor de toekomst op diverse gebieden zoals creativiteit, fantasie, historie, techniek en natuur. Daarnaast is het belangrijk om kinderen deelgenoot te maken van cultureel erfgoed en hen de waarde hiervan te leren kennen, waarvoor zouden we anders het cultureel erfgoed in stand willen houden, en wie zal het nog in stand houden als wij het niet meer kunnen.

Echter is educatie van het basisonderwijs maar een heel klein aspect van de exploitatie van een cultureel erfgoed instelling. Aangezien de subsidies steeds verder dalen of zelfs helemaal wegvallen, zullen deze instellingen/ stichtingen op zoek moeten naar nieuwe exploitatie mogelijkheden om de het Erfgoed in stand te kunnen houden. Hoe kan educatie hierin een rol spelen, echter het budget van scholen is ook  niet erg hoog hiervoor.

 

Scholen hebben een ruime keuze in aanbod van cultureel erfgoed. Ook geven zij aan hoe ze hier gebruik van willen maken. Maar is het misschien ook  mogelijk om deze vraag om te draaien. Hoe kunnen culturele- en erfgoed-instelling meer scholen naar hen toehalen, of scholen laten zien hoeveel meer ze te bieden hebben dan dat men in eerste instantie denkt. Bij een molen denkt men al snel aan een gebouw met wieken dat meel maalt voor de bakker. Maar als men hen verder laat kijken, komt men erachter dat er veel meer is zoals;

– historie, wat is er met deze molen allemaal gebeurt.

– industrialisering, eerste werktuig

– aanpassingen in het landschap om molen van water te voorzien

– natuurwaarden

– techniek, tandwielen

– energie opwekking/duurzaamheid

– enz.

 

Hoe kunnen culturele erfgoederen, in dit geval molens, hun waarden inzetten om niet alleen basisschoolleerlingen maar ook leerlingen van het voortgezet,  middelbaar en hoger onderwijs naar de molen toe te halen. Wat is daar voor nodig?

Kan het zo zijn dat educatie ook een financiële bijdrage kan leveren aan het behoud van Erfgoed?

Ik denk van wel, maar dan moet er wel het een en ander gebeuren.

In deze scholing/ cursus van partners in cultuureducatie in Maas- en Meijerij, had ik verwacht hier tools te kunnen vinden. Echter gaat de cursus meer uit van de scholen, wat wil een school en hoe kunnen de aanbieders daar in mee.

16-12-2013

J.J. (Josien) Barten

Bedrijfsleider De Kilsdonkse Molen

Lentekriebels

Schermafbeelding 2013-12-17 om 14.41.18

 

Lentekriebels

Thema ‘lentekriebels’. We denken hierbij aan ‘t uitdrukking geven aan je gevoelens, ontdekken, nieuw begin, nieuwe start, processen staan centraal, stilstaan versus beweging.
Deelnemers aan tafel
Beam it up (Robbert en Liselotte)

Wat vertel je me nu (Adri Gloudemans)

MIK Kunsteducatie (Kirsten Smeenk)

Monique Haanskorf
Intermediair: Plaza Cultura (Kristel)

Kunstbalie coach (Monique Koolen)

Gezamenlijk verhaal in het midden: “thema Lentekriebels”. Met daar omheen centraal het woord ‘ervaren’ waarbij de diverse culturele aanbieders een rol spelen bij de invulling.

Projectidee
Een teaser in een grote openbare ruimte tegelijkertijd, bijv. in verschillende hoeken, diverse workshops gegeven worden om kinderen te laten snuffelen aan waar zij voor gaan kiezen/ wat hen aanspreekt. De kinderen gaan dus op onderzoek uit om te ontdekken wat bij hen past.

Workshops: van de diverse culturele aanbieders krijgen de kinderen een workshop passend bij het thema Lentekriebels. Afhankelijk van het type workshop gaan de kinderen op onderzoek uit of creëren ze.

Wat wordt er van de leerkracht gevraagd?

Zowel bij de teaser als bij de workshops wordt van de leerkrachten gevraagd dat ze faciliteren maar vooral zelf ook actief meedoen, zij zijn immers het voorbeeld.

Wat is de rol van de culturele aanbieders?

  • Monique Haanskorf zou een workshop tekenen kunnen geven die gericht is op waarnemen (expertise tekenen).
  • Beam it up zou een greenscreen workshop geven waarbij kinderen het gevoel van de lente gaan ervaren (expertise media).
  • MIK zou een workshop muziek en beweging kunnen geven over dit thema waarbij het creatieve proces centraal staat (muziek, dans expertise + deskundigheidsbevordering)
  • Adri Gloudemans zou een workshop kunnen geven waarbij het betekenis geven aan taal en klank centraal staat (expertise taal en klank en deskundigheidsbevordering m.b.t. mondelinge taalvaardigheden).

Hoe voelde Veghel vroeger

Hoe voelde Veghel vroeger

Deelnemers aan tafel:
Heemkundevereniging Vehchele (Corry, Jan, Rolf)
Heemkundevereniging Erthepe (Maria, Eddy)
Bibliotheek Veghel (Meike)
Slokdarmfestival (Thea, Nellie, Willem)
Intermediair: Plein23 (Dorian)

Gezamenlijk verhaal in het midden: “wie ben ik”. Met daar omheen:
onderzoeken, vaardigheden, creativiteit, proces/product, verwondering, reflectie, open blik, historisch besef, ontdekken, heterogene groep, ervaren.

 

Projectidee


We willen het verleden van Veghel actualiseren. De Canon van Veghel is bijna volledig en afgerond en willen dit actueel maken in het onderwijs. Draagt bij aan historisch besef, wie ben ik en waar kom ik vandaan. Hoe het vroeger voelde maken we concreet door een blote-voeten-pad tijdens het Slokdarmfestival 2014. Het project kan uitgevoerd worden in aanloop naar het festival, dat plaatsvindt in het eerste weekend van de zomervakantie.

Elke groep kiest een venster uit de Veghelse Canon en gaat dit onderwerp onderzoeken i.s.m. het THUISpunt en de bibliotheek (onderzoekend vermogen): bijv. een pad met bronnen dat leesbaar en zichtbaar is. In het meest ideale plaatje krijgen alle canon-onderwerpen een plek in het blote-voeten-pad zodat de hele Canon van Veghel is geactualiseerd. Na het inhoudelijke onderzoek wordt nagedacht over het resultaat. Hoe gaan we het eigen werk vormgeven? Concreet: hoe dient ons deel uit het blote-voeten-pad te voelen? Er komt een zintuig uit.

Het Slokdarmfestival gaat aan de slag met het creërend vermogen van de leerlingen t.b.v. de realisatie van het blote-voeten-pad. Creativiteit met een kunstenaar in de klas: een vertaling van de inhoud naar een zintuig en het vormgeven van hun stukje blote-voeten-pad.

De scholen leveren hun materiaal aan t.b.v. het SDF. Het daadwerkelijke blote-voeten-pad wordt nog vormgegeven. Met emmers, grote ijzeren bakken, foto’s die aangeleverd worden vanuit de heemkundeverenigingen… in nader overleg te bepalen.

Op dit moment heeft een aantal scholen zich al ingeschreven voor het blote-voeten-pad project. Het SDF zit in januari bij deze scholen aan tafel om tot maatwerk te komen. Zij nemen hierin de bovenstaande wijzigingen mee en houden nauw contact met de heemkundevereniging, bibliotheek en Plein23 t.b.v. de realisatie.

Presentaties samenstellen

4               Presentaties samenstellen
Het ontwikkelen van een presentatie van de projectplannen in twee stappen:
1               Denk eerst na over de inhoud van je plan, gebruik daarvoor een vragenlijstje. Daarop beschrijf je in ieder geval: het product, het doel en de context waarin het kan worden ingezet. Bijlage 14 Beschrijving van een cultuureducatieve activiteit.
2               Als je de inhoud helder hebt, denk je na over een manier waarop je het plan kunt presenteren. Het doel van het plan is in de eerste plaats om er met het onderwijs over in gesprek te komen. Dus je moet niet een kant-en-klaar plan aanbieden dat jullie hebben bedacht, maar ruimte laten voor gesprek met een ICC’er op basis waarvan je het plan verder uitwerkt en aanpast. Om zo tot een passend plan te komen.

We gaan aan de slag met het uitwerken van deze opzet.
We sluiten af met een afspraak over een manier waarop we deze plannen met elkaar kunnen delen en met het lokale icc-netwerk.